Ik loop in mijn eigen aflevering van Vroege Vogels. Al is het niet zo vroeg, ik kan Menno Breedveld hier zo plaatsen. Het is een frisse dag, begin november. Lekker wisselvallig, nu even geen zon, maar ook geen regen en best warm met de mooie wolkenluchten waar ik zo van hou en die Nederlandse herfsten zo echt Nederlands maken. Ik loop over een oersaai fietspad met links een polder en rechts een verstopte snelweg – ik zie ‘m niet, maar hoor ‘m natuurlijk wel de hele wandeling lang. Ik zie een visje een sprong maken in het slootje naast me, de Slinksloot. Ik sta stil om te wachten op nog zo’n acrobatische toer, maar het is eenmalig.

Ganzen

De weg waarop ik loop is dus saai, maar er is genoeg entertainment onderweg. De weilanden zijn vol met ganzen, heel veel ganzen. Ik herken in ieder geval Canadese ganzen en ik denk rietganzen. De boeren zijn er niet blij mee, waarom weet ik niet zo goed. Ze eten de graslanden kaal, maar de meeste koeien zijn toch al naar binnen. Alle koeien? Nee, ik tel er nog een paar. De boer die ik erover spreek vertelt me dat het geen melkkoeien zijn en omdat er nog aardig wat gras staat kunnen ze nog buiten grazen. Het zijn er maar een paar, anders zouden ze nu de hele drassige grond kapot trappen. Weer wat geleerd.

Zilverreigers

Ik heb ze al een hele tijd niet gezien, maar nu zijn ze er weer in grote getalen: zilverreigers, volgens mij de grote, maar dat weet ik niet zeker. Het is best een recent verschijnsel, want mijn vogelboekje uit 1987 (wat!) kent ze nog niet, terwijl het claimt alle vogelsoorten te behandelen die ooit in Nederland zijn vastgesteld. Natuurlijk kan ik het op internet opzoeken, maar dan ben ik weer uit mijn schrijfflow. Al vind ik het onuitstaanbaar als ik beesten en planten niet kan determineren. Ik weet, denk ik, intussen meer dan de gemiddelde Nederlander, maar zal me geen vogelkenner noemen. Al die kleine piepertjes die ik onderweg tegenkom (ze vliegen hoog in de lucht of zitten in bomen of riet) ik kan ze niet uit elkaar houden en ben blij als ik een kool- of pimpelmees, een mus of een roodborstje herken. Ik baal dus wel weer even dat ik de verrekijker niet bij me heb, maar ben van plan een heel stuk te lopen en dan is dat extra ballast die ik later ga vervloeken. Het kan dus best zijn dat er ook nog een enkele buizerd in het weiland zit, maar die kan ik nu niet zien. 

Jurassic Park in de Veen

Het zijn vooral de witte vogels die opvallen: knobbelzwanen, meeuwen en in het water veel jonge futen. Kan dat nog in november? Daarnaast herken ik de vele blauwe reigers in de verte vooral aan hun houding. Het blijft een prehistorische verschijning, vooral als ze vliegen. Vlakbij huis zie ik een rennende fazant, ook dat zou een beeld uit Jurassic Park kunnen zijn. Dan zijn de eenden een stuk verder geëvolueerd. Ik hoor voortdurend grote groepen eend- of gansachtigen overvliegen. Ze maken een soort piepbeestjesgeluid. Het doet me denken aan scholeksters, maar dat zijn het niet. Een andere naam die in me op komt is smient, maar volgens het vogelgeluidenboek dat ik van mijn zus heb geërfd, maken die een heel ander geluid. Voorlopig een mysterie dus. 

Cultuurnatuur

skyline van Rotterdam

Het is sowieso niet stil in deze Cittaslowpolder. Er is overal geluid en de stad is dichtbij. Ik zie de skyline van Rotterdam steeds duidelijker. Wandelaars, fietsers, skeelerers, ze maken allemaal gebruik van Midden-Delfland. En dat is fijn. Een journaliste vroeg me pas wat ik nu zo mooi vind aan dit gebied, want ik kan er soms vrij lyrisch over worden. Wat ik er fijn aan vind, is dat je als je in de verte kijkt, de stad ziet en de haven. Ik vind bossen ook prachtig, maar ik ben altijd bang om er te verdwalen. En om alleen maar polder of platteland te zien in de wijde omtrek, zoals je dat in Groningen of Friesland wel hebt, dat vind ik ook benauwend, vreemd genoeg. Doe mij maar deze afwisseling. Deze cultuurnatuur, want wild kun je het zeker niet noemen, samen met de drukte en de architectuur van de stad, die ook weer zijn eigen natuur heeft. Maar… het zou natuurlijk wel fijn zijn als er wat meer variatie in het gras kwam. Niet die kale vlaktes tussen sloten, maar wat kruidenbosjes of boompjes ertussen. Ik ben heel blij met het fenomeen Honey Highway dat juist hier, langs deze snelweg gestart is. 

Knoesten

Ik ben inmiddels van het saaie fietspad linksaf een oude polderweg opgegaan. Gelukkig rijden er op dit uur nauwelijks auto’s. Het is er zo smal, dat die elkaar niet zomaar kunnen passeren. De weg is omzoomd met knotwilgen met grillige knoesten. Ik heb in zo’n knoest weleens een specht of uil gezien, dus ik hou mijn ogen goed open, maar het blijft bij koolmeestjes en ander grut. Als je over deze weg loopt, krijg je automatisch Het Dorp in je hoofd. En als ik vroeger was gaan lopen en het beter had voorbereid, sloeg ik aan het einde van deze weg rechtsaf, richting ‘De Kethel’, mijn geboortedorp. Dat bewaar ik voor een volgende vogelwandeling. Ik sla linksaf, richting de volgende skyline, die van Delft, met de flat van Elektrotechniek als baken. Ik ben inmiddels vijf kilometer van huis en verwacht dat ik op de helft ben. 

Navigatiekunst

Op de Harreweg krijg ik een ander prachtig fenomeen te zien: spreeuwen die in formatie opvliegen van de bomen en in golven over het land gaan. Soms landen ze met z’n duizenden (denk ik) op het gras of in een boom en zie je ze helemaal niet meer, maar je hoort ze des te beter. En als ze dan weer het luchtruim kiezen zie je de mooiste patronen ontstaan, een prachtig staaltje van navigatiekunst. Er zijn prachtige, hypnotiserende filmpjes van gemaakt. Kunst in de natuur. Kunst die inspireert, zoals ook de knotwilg die vol paddenstoelen zit, zoals de torenvalk die in de lucht blijft hangen om zich voor te bereiden op een duikvlucht. Ik mag alweer snel linksaf, vlak na het kampeernatuurterrein waar we de afgelopen zomer een keer hebben geslapen. Wat een prachtige plek was dat! Al hoorde je daar regelmatig de trein voorbij komen en merk je voordurend dat je tussen twee drukke snelwegen ingeklemd zit. 

Modder

Ik weet waar ik moet zijn en ik realiseer me ook dat het best modderig zal zijn op het wandelpad dat ik nu inschiet. Het valt me nog mee. Op sommige stukken, vooral die waar de trekker nog komt en de koeien soms oversteken is het laveren tussen plassen en zuigende modder in, maar het grootste deel van het pad is goed beloopbaar. Dit is een eeuwenoud wandelpad, waarvan ik er graag meer in de buurt zou willen hebben. Een pad zoals we in Zuid-Limburg veel liepen. Waar alleen maar wandelaars komen en mensen die wat verder gaan om hun hond uit te laten.

Ommetje

Dit pad is onderdeel van het Grote Rivierenpad, een lange-afstand-wandelpad van 330 kilometer dat van Hoek van Holland dwars door Nederland langs Oude Maas, Lek, Linge en Waal loopt. En als je dit te kort vindt, kun je ook de verlengde Europese route van Ierland naar Polen of Bulgarije lopen. Even later, vlak voor ik weer een recht fietspad op ga richting huis, kruis ik nog zo’n pad, Het Groen Hartpad. Dat is aanzienlijk korter, slechts 192 kilometer en loopt fijn in een rondje door Zuid-Holland en Utrecht. Het trekt mij wel, het idee dat ik gewoon mijn rugzak om kan doen en kan vertrekken. Voor nu is deze vogelwandeling, dit ommetje van 11 kilometer door mijn achtertuin even genoeg. Ik ben al best een beetje moe.

Leuk? Laat het weten en deel!
error0

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.