Schrijven geeft status

Ik glim van trots, in het middelpunt van de belangstelling in een huiskamer in Delft. Zes enthousiaste deelnemers van een leesclub wachten op mijn antwoorden. Het is het verhaal achter het verhaal dat ze willen horen. Ze stellen vragen die ze de afgelopen tien jaar, sinds de start van hun groep, al hebben willen stellen aan een schrijver. Ik ben die schrijver en voel me enorm vereerd en serieus genomen. En dat is al vanaf het moment dat ik word uitgenodigd om te vertellen over Weekendje Weg.

Spoeling

Het is een van de bijzondere dingen die ik meemaak sinds mijn debuut is gelanceerd. Er zijn 1 miljoen mensen met schrijfambities, schijnt het, en ik ben een stap verder, want mijn verhaal is gepubliceerd. Het blijft een bijzonder fenomeen en doet je nadenken over de waarde van geld. Boeken schrijven, boeken publiceren, boeken verkopen, het levert niet veel geld op. De spoeling is dun, het aantal varkens dat ervan moet eten groot. De vraag die lezers aan mij stellen is daarom niet: kun je ervan leven? Maar: ben je al uit de kosten? Niemand verwacht dat je rijk wordt als schrijver. De kans dat je een tweede J.K. Rowling wordt is bijzonder klein.

Voetstuk

Toch levert het me veel op. Waaronder status. Ongeacht of deze lezers mijn boek goed vinden, ze hangen aan mijn lippen. Ze spreken hun bewondering uit voor mijn doorzettingsvermogen, mijn passie, mijn stijl. Ik vind mezelf helemaal niet zo bijzonder, maar toch word ik op een voetstuk geplaatst. Soms voelt het alsof ik de enige ben die kan lezen en schrijven in een stam van analfabeten. Als een soort griffier die brieven en documenten leest en schrijft voor stamgenoten. Ik merk ook dat het een pluspunt is voor mijn overige werk. Ik heb een streepje voor. Bedrijven die een tekstschrijver zoeken, kiezen voor mij, omdat ik een boek heb gepubliceerd. Het is een onverwacht, bijzonder prettig neveneffect.

Verhalenbundel

Een andere vraag die me vaak gesteld wordt, is wanneer mijn tweede boek uitkomt. Dat zal nog even op zich laten wachten. Maar je kunt wel een nieuw verhaal van me lezen in een verzamelbundel van mijn uitgeverij. Ik heb het onlangs voorgelezen in de bibliotheek in Naaldwijk en daar werd er enthousiast op gereageerd. Nieuwsgierig? De bundel is hier te bestellen.

Weekendje Weg, vijf jaar later

Opeens had ik het. Op zondag 19 augustus 2018. Ik zat in de achtertuin te genieten van de iets koelere temperaturen van onze prachtige zomer en dacht: ‘Hoe zou het vijf jaar later met de vijf zussen zijn?’

Maandenlang al piekerde ik zo nu en dan over het onderwerp voor mijn tweede roman. In december 2017, na een paar dagen in mijn eentje in een stil, nogal luguber hotel, wist ik het: een thriller over een vrouw in een eng hotel. Ik probeerde wat, schreef wat scènes in een schriftje en in Scrivener, maar het kwam maar niet echt van de grond. Ik dacht na over andere onderwerpen, creëerde nieuwe hoofdpersonen, verzon bijzonder locaties en conflicten, maar het bleef niet echt beklijven. Als ik ‘moest’ schreef ik en dacht ik na, maar op andere momenten was er geen nieuw verhaal.

Voor de fans

Ik baalde ervan. Weekendje Weg heeft trouwe fans en ik wil ze graag een nieuw boek geven, maar het lukte niet. Ik kon me na een tijdje al niet meer voorstellen dat ik Weekendje Weg echt geschreven had. Dat ik er jaren door geboeid was geweest. Dat het verhaal me niet had losgelaten tot het af was. Maar dat was voor die brainwave kreeg. De nacht die er op volgde, kon ik niet in slaap komen. Ik ging uit bed en krabbelde wat aantekeningen in een dummy, omdat ik bang was dat ik ze anders zou vergeten. Ik ging terug naar bed, sliep even, maar werd al snel weer wakker. De zussen bleven in mijn hoofd rondspoken. Sterker nog: ze spraken tegen elkaar en hielden me zo wakker. Er zat niets anders op: ik zette mijn  laptop op schoot en begon de eerste dialoogscène uit te schrijven. Daarna kon ik weer rustig inslapen.

Gelukkig was dit geen terugkerend ritueel (ik ga heel slecht op gebroken nachten), maar ik moet ervoor waken dat ik wel aandacht blijf houden voor de zussen. Het is vijf jaar later. Ze zijn er nog. Ze hebben me allemaal weer een verhaal te vertellen. Ik ga het vol goede moed noteren. Jullie horen van me!

Van idee naar professionele voorstelling

Het begon met een telefoontje op 1 februari 2018. Ik was aan het werk in Het Raadhuis, mijn favoriete flexplek in Schipluiden en werd gebeld door Ria, directiesecretaresse van een internationaal bedrijf in diervoeders in Amersfoort. Ik had nog niet eerder van dat bedrijf gehoord en moest direct aan mijn vader denken: hij was bedrijfsleider bij een mengvoederbedrijf, vergelijkbaar, maar op ‘iets’ kleinere schaal. Ze vroeg me of ik een toneelstuk zou kunnen schrijven voor het bedrijf, om een belangrijke tweejaarlijkse conferentie wat op te leuken. Ze hadden me gevonden door het bericht op mijn website over Geen melk zonder mest.

En toen kwam het gekke: ik zei ja. Ik zei gewoon ja. Natuurlijk kom ik praten over dit idee. Het lijkt me een geweldige uitdaging.

Nog geen vijf maanden later staan er vijf medewerkers van het bedrijf voor het eerst op het toneel van een echt theater en spelen ze de sterren van de hemel. Waanzinnig, toch? Er ging nogal wat aan vooraf, dat is waar.

Nieuw avontuur

Het hele project is zo verweven met heftige gebeurtenissen uit mijn privéleven dat ik ze niet kan weglaten. Een van mijn zussen was al een jaar heel ernstig ziek, maar sinds begin 2018 ging ze hard achteruit. En op 8 februari stierf mijn schoonmoeder. Zo zat ik op 15 februari, de dag na haar begrafenis, in de trein naar Amersfoort voor de eerste kennismaking. Het was geen ‘sollicitatiegesprek’, ik hoefde mezelf niet te bewijzen aan de CFO van het bedrijf. Het was een uitwisseling van wat zij met dit stuk wilden bereiken en of ik daar wat mee zou kunnen. Mijn ja zou de start van het project betekenen. Daarnaast was het een belangrijke kennismaking met Wim, de projectleider van het hele verhaal. Ik verliet vol vertrouwen en met een grote grijns het moderne kantoorpand. Een nieuw avontuur ging van start!

Buiging voor Paul Verhoeven

Stap een: zoek en vind een regisseur, om mee te kunnen sparren en de verantwoordelijkheid mee te kunnen delen. Lang leve Facebook en de contacten die ik heb overgehouden aan het Entertainment Experience project (buiging naar Paul Verhoeven: ik ben dan nog niet doorgebroken als scenarist, het filmproject is al jaren een verbindende factor). Via via kwam ik uit bij Nienke. We hadden direct heel erg leuk contact, maakten samen een offerte, die vervolgens zonder problemen werd goedgekeurd. En toen kreeg ik het benauwd. Ik had wel al een soort opzet bedacht, maar inmiddels was het begin maart en de tijd begon te dringen. Om echt te kunnen schrijven moest ik eerst kennismaken met de acteurs. En die afspraak liet op zich wachten.

Rode draad

Op 8 maart ontmoette ik de projectleider in de brasserie van de Golfbaan Delfland. Die week hoorde ik ook dat mijn zus niet meer behandeld kon worden en zou verhuizen van ziekenhuis naar hospice. Het was lastig om me op diervoeders te concentreren, maar ook fijn om even met andere dingen bezig te zijn dan het naderende afscheid. De week erna schreef ik een opzet voor het toneelstuk. Het zou een onderdeel zijn van een drie uur durende conferentie. Scènes zouden worden afgewisseld door quizvragen en korte presentaties. Het thema: Key account management. De rode draad door het geheel was een verkoopdeal met een megabedrijf in het buitenland. Een gladde verkoper maakt afspraken over leveringen die nauwelijks kunnen worden nagekomen en geeft kortingen om de grote klant te kunnen binnenhalen. Hij komt daardoor in conflict met de collega’s van andere afdelingen binnen het bedrijf en brengt de winstgevendheid van de deal in gevaar. Grote vraag is uiteindelijk: “Was it all worth it?”

Dilemma

Een week later zou ik eindelijk spelers en regisseur ontmoeten. Mijn zus was inmiddels nauwelijks nog aanspreekbaar. Ik zou direct na mijn afspraak in Amersfoort doorreizen naar het hospice in Middelburg. De nacht van 15 op 16 maart deed ik geen oog dicht. Het dilemma spookte maar door mijn hoofd: als ik deze afspraak in Amersfoort zou afzeggen, kwam het project in gevaar. De spelers hebben drukke agenda’s, de helft reist de hele wereld over, dus een nieuwe afspraak maken is een crime en de tijd begon te dringen. Maar aan de andere kant voelde het niet goed om pas laat in de middag bij mijn zus aan te komen. Uiteindelijk hakte ik ’s morgensvroeg de knoop door en meldde ik me af bij regisseuse en projectleider. Tot mijn grote opluchting ging hun afspraak zonder mij door (ook al had de regisseuse net zelf een begrafenis achter de kiezen) en kreeg ik na afloop uitgebreide input voor het stuk. Zodat ik echt aan het schrijven kon. Met wat vertraging, dat wel. Want op die 16emaart overleed mijn zus en stond de tijd een week lang stil.

In een flow

In de laatste week van maart schreef ik de eerste versie van het script. Inhoudelijk was me heel veel aangereikt. Gelukkig, want ik weet niets van bedrijfsvoering en over procurement, finance, planning en pricing kun je me alles wijs maken. Mijn taak was om de droge informatie te dramatiseren, karakters te ontwikkelen, kortom er een verhaal van te maken. Het was een bijzondere ervaring. Zonder problemen en aarzelen vloeide de ene na de andere Engelse dialoogzin uit mijn spreekwoordelijke pen. Dit resulteerde in een toneelstuk in zes scènes, waarbij het ‘deep shit point’ aan het einde van scène drie zou vallen, vlak voor de koffiepauze. Op 6 april spraken de spelers de zinnen uit. Teksten waarvan ik zelf soms het fijne niet begreep, bleken voor hen dagelijkse kost te zijn. Er hing een hele ontspannen sfeer en ik kreeg veel goede feedback op het script. Weer ging ik vol vertrouwen en met een geïnspireerd hoofd terug naar huis om te herschrijven voor de volgende meeting.

In kannen en kruiken

Wim was een geweldige projectleider. Alles dat besproken werd, werd ook direct geregeld. Zo was er al snel een optie genomen op een klein theater in Amersfoort voor de voorstelling. Ideaal, omdat dan alle techniek direct voorhanden is. Kostuums werden direct geregeld, props, muziek, een powerpoint voor alle achtergronden, iemand die de hele ochtend zou filmen. Op 13 april was al veel in kannen en kruiken. Mijn belangrijkste werk zat erop. Ik zou tijdens de voorstelling de techniek assisteren bij het bedienen van de powerpoint presentaties, maar verder lag het nu in handen van de regie. Nienke zou met Wim een bezoek brengen aan het theater om afspraken te maken over de techniek. Ik kon met een gerust hart twee weken op vakantie. Dacht ik.

Alles komt goed

Het was 9 mei, ik genoot nog even van het prachtige Toscane toen ik bericht kreeg van de regisseuse. Er was inmiddels privé zoveel voorgevallen dat ze gedwongen werd om rust te nemen. Balen, want we waren een goed team samen en waar vind ik zo snel weer een regisseur, krap zeven weken voor de voorstelling? Mijn motto dit jaar is: alles komt goed. Dat klinkt misschien wat cru. En natuurlijk komt niet alles goed op de manier zoals je het graag zou willen, maar toch… don’t panic, er komt vast weer een oplossing. En ja, ik vond een vervanger in Liesbeth, docente Engels, maar ook ervaren regisseuse die toevallig een sabbatical had en daardoor tijd om hier zo plotsklaps in te springen. Een week later besprak ik het project met haar aan mijn keukentafel (in de kamer die zeventien jaar geleden nog hun kamer was). Ze reageerde direct enthousiast. Er was alleen een dingetje: de eerstvolgende repetitie kon ze niet. Op 17 mei mocht ik daarom mezelf bewijzen als regisseur. De spelers speelden nog met tekst in de hand, maar bleken het stuk gelukkig wel al aardig in het hoofd te hebben. Ze hadden al goed hun best gedaan en, belangrijker, waren nog steeds enthousiast.

Businessmodel

De afspraak met het De Lieve Vrouw theater werd verschillende keren verzet, maar uiteindelijk stonden Wim, Liesbeth en ik op 7 juni toch op het toneel. Ook deze kennismaking wekte vertrouwen en enthousiasme. Wat een voorrecht om op zo’n creatieve en professionele manier te mogen werken! En ook de samenwerking met Liesbeth was heel prettig. Tijdens de koffie op het terras voor het theater in het prachtige historische centrum van Amersfoort fantaseerden we al over een nieuw businessmodel. Er zijn vast nog wel andere bedrijven die eens iets anders willen dan een ochtend vol presentaties?

Stilte voor de storm

In de tweeëneenhalve week daarna, waarin nog hard werd gerepeteerd, was het stilte voor de storm voor mij. Ik hoefde niets anders meer voor te bereiden dan een overnachtingskoffertje. Want ook dat werd voor ons geregeld: een overnachting tussen generale repetitie en voorstelling, in een zakenhotel bij alle andere conferentiegasten. Een halve week  voor de voorstelling bedachten we ineens dat we nog iemand voor de schmink nodig hadden. Een nieuwe zoektocht werd gestart en voor het weekend succesvol afgesloten. Via via kwamen we aan een actrice uit Amersfoort die ook kon schminken. Ze zou op dinsdag om 7.15 uur bij het theater zijn.

Zonovergoten

Op maandagmiddag 25 juni was het eindelijk zover. De wandeling van station naar binnenstad was, zoals gebruikelijk elke keer als ik naar Amersfoort kwam, zonovergoten en voelde als vakantie. Om 13 uur kwamen Liesbeth en ik aan bij Filmtheater De Lieve Vrouw om de technische doorloop voor te bereiden. Floormanager en technicus Niels was onze rots in de branding. Weer zo iemand die alles in de smiezen heeft, zonder morren dingen herstelt die iemand anders verknoeid heeft of is vergeten door te geven. Iemand die vertrouwen uitstraalt, alles over techniek weet, maar ook nog even koffie en eten regelt. Een feest om mee te werken.

A kind of magic

Om drie uur kwamen de spelers. Ze waren even stil en diep onder de indruk van het theater. Het is een magische plek. Daarna was het voor hen vooral veel wachten, en wachten, en wachten. Maar ze hielden moed en zin. De technische doorloop verliep voorspoedig, licht en geluid werden ingesteld en geprogrammeerd en om zes uur stond voor ons het eten klaar in het theatercafé. Even frisse lucht happen in een stad die zelfs op maandagavond gezellig is. En toen nog een keer het hele toneelstuk doorspelen, inclusief een stukje Q&A/Quiz en presentatie, om de overgang tussen twee laptops te testen. De techniek ging goed, changementen werden definitief afgesproken, spelers kwamen nog meer in hun rol en om 21 uur vonden we het genoeg geweest. De laatste dingen werden gecontroleerd en klaargezet. Lekker op tijd. Dachten we.

Hoge hakken

Toen bleek dat het hele gebeuren op 26 juni niet om 9 uur zou beginnen, maar dat de CFO om half 9 al een openingsspeech zou doen. Tussen 8 uur en 8.15 uur zouden de gasten per tuktuk in het theater arriveren. Een half uur minder voor het schminken, testen van de headsets, klaarzetten van de spullen en ontbijt. Goed, er was niets aan te doen, we gingen ervoor. Wekker op kwart over zes, tien voor zeven op hakken lopen naar het theater, alsnog verdwalen in de hobbelige kronkelstraatjes en dan in het theater merken dat de quiz het niet doet. Ook dat werd weer opgelost. Testen van de overgangen, changementen nog een keer doorspreken, heel snel schminken, vlug een boterhammetje uit het ontbijttasje van het hotel (wat een uitkomst), handen schudden met belangrijke gasten en uiteindelijk ging de trein om half negen rijden en was er geen houden meer aan. Het tempo zat er zo goed in, dat de welkome koffiepauze een kwartier eerder kwam dan gepland.

Opgelucht en trots

Ik heb weinig van het stuk zelf meegekregen. Af en toe werd er gelachen of gegniffeld, dat was fijn! Ik zat geconcentreerd met mijn vinger op de pijltjestoets van de laptops en keek tussen een kier van het gordijn door op een klein stukje toneel. Het was goed zo. Mijn tekst was mijn tekst niet meer, maar daar waar die hoorde, bij de spelers. Wat waren Hay, Miranda, Jasper, Geert en Wim opgelucht en trots toen alles voorbij was. Zo mooi om te zien hoe ze uit hun comfortzone waren gekomen. Niet geheel vrijwillig, nee, maar achteraf blij dat ze het gedaan hadden. Ik ben trots op iedereen die aan dit mooie project heeft meegewerkt. Het blijft bijzonder dat je met niets begint dan een idee en je er samen zoiets moois van kunt maken. Dat smaakt naar meer!

Mijn tekst was mijn tekst niet meer, maar daar waar die hoorde, bij de spelers.

Bye bye, hey hey

En dan krijg ik de bedenkelijke eer om de allerlaatste ‘Bakker van Winden’ blogpost te schrijven. Ik, die al met tranen in de ogen sta als ik een feestje verlaat. Die man en kinderen iedere dag bij de deur uitwuift en moeite heeft de deur achter ze te sluiten. Gisteren nog, nam ik snikkend afscheid van de vrienden waarmee we weer een weekend op het mooiste festival van Nederland (Mañana Mañana) stonden. En dat terwijl we elkaar komende zondag gewoon weer treffen op Parkpop. Dat sentimentele persoontje moet dan de koop doorhakken, de stekker eruit trekken, de pijp aan Maarten geven? Oké, hier gaan we dan.

Ranking

We zijn vol enthousiasme eind september 2017 aan onze blogconversatie begonnen, Alice en ik. We leerden elkaar kennen als schrijvers voor Boek10, de 2017 (1) editie en we herkenden zoveel van onszelf en onze levens in elkaar, dat we nieuwsgierig waren naar de rest. We dachten dat het ook voor anderen leuk zou zijn om onze conversaties te lezen. Maar er zat natuurlijk ook een pr-plannetje achter. Bloggen is goed voor je ranking op Google, weet iedere SEO-goeroe en soms is het lastig onderwerpen voor zo’n bericht te bedenken. Vele redenen dus om een nieuwe blogserie te starten.

Deadline

Er is veel gebeurd de afgelopen maanden. We zijn allebei druk met van alles, maar vooral ik vond het steeds lastiger om iedere twee weken een stukje op te leveren. Zoals je zelf al aangaf: de rek is er een beetje uit. Dit laatste bericht schrijf ik zelfs luttele minuten voor de deadline. Maar dat is misschien ook wel schrijvers eigen. Je gaat pas echt aan het werk als het moet.

Burn out

Laat ik het afscheid maar niet langer rekken. Ik slik de brok in mijn keel weg. Zoals mijn grote held Neil Young al zong:

‘It’s better to burn out than to fade away’.

Het is daarnaast natuurlijk de grote vraag hoe lang Bakker van Winden zal zwijgen. Ik ben tenslotte ook alweer op Facebook te vinden. Niets is voor eeuwig. En wij blijven elkaar sowieso zien: als schrijvers, schrijfdokters, moeders van drie pubers en theater- en festivalliefhebbers. Zie ik je op Parkpop?

 

Rauwe rouw

Het lijkt alsof alle boeken die ik op dit moment lees hetzelfde thema hebben. Ik zoek ze er niet speciaal op uit. Juist niet. Wie wil er lezen over rouw als het net drie maanden geleden is dat je zelf een zus hebt moeten cremeren? Zoals gezegd, ik zoek ze er niet bewust op uit. Ik negeer de tekst op de achterflap. Ik negeer de voortekenen op de eerste pagina’s en pas als ik halverwege ben, zie ik de neonlichten: trauma, dood, schuldgevoel, rouw en ontwrichte families. Zo las ik achtereenvolgens:

  • Joe en ik – Mireille de Geus (Vader krijgt kanker en maakt met zoon een eigen Railaway.)
  • Mijn vader is een vliegtuig – Antoinette Beumer (Moeder sterft, ambitieuze dochter stort in, zoekt contact met vader in psychiatrische inrichting.)
  • Het smelt – Lise Smit (Vrouw gaat terug naar haar geboortegrond, waar iets vreselijks is gebeurd. De dood van de broer van een jeugdvriend heeft ermee te maken)

Luchtiger

Dit werd me wat te gortig. Ik begon aan iets luchtigers:

De Ontsnapping van  Heleen van Royen.

Kwam ik even van een koude kermis thuis. De titel slaat helemaal niet op de ontsnapping uit een ongelukkig huwelijk. Nee, het gaat over de verwerking van een trauma: de slopende ziekte en dood van de broer van de hoofdpersoon. Daar gaan we weer. Geef de tissues maar aan.

Het is vast ergens goed voor. Ik geloof maar een heel klein beetje in toeval. We worden gestuurd door ons intuïtie, ons reptielenbrein, inspiratie, de Heilige Geest. Noem het wat je wilt. Ik schuif weer door naar de trekkerstrook en onderga het. Maar van zelf schrijven komt even niet zoveel.

toneel voor bedrijven

Speel je rol op het toneel

Een controllers conferentie. Wat stel je je daarbij voor? Precies: een dag gevuld met Powerpointpresentaties met cijfertjes en veel droge informatie.

‘Dit keer doen we het anders’, dacht de marketing manager van een internationaal veevoederbedrijf. ‘We brengen onze boodschap over middels een toneelstuk.’

Toneel op maat

En zo kreeg ik begin februari een telefoontje van de directiesecretaresse met de vraag of ik misschien een toneelstuk op maat zou kunnen schrijven. Na mijn ervaringen met het schrijven van musicals als Gerommel in het Rusthuis en de samenwerking met onze lokale Albert Heijn voor Sores in de Super, leek dit me een logische volgende stap. Een spannende stap, dat natuurlijk wel. Maar ik kreeg van het bedrijf alle vertrouwen. Ik wilde het niet alleen doen en zocht en vond gelukkig een ervaren regisseuse om de boel in het gareel te houden. We schreven een offerte en na goedkeuring hiervan toog ik aan het schrijven.

Verkoopproces

Het is een hele andere manier van schrijven dan ik gewend ben. Eigenlijk is het nog meer puzzelen en passen en meten.

Stop alle stappen van het verkoopproces (inclusief vaktermen) in een blender, voeg wat interessante personages en dramatische verwikkelingen toe en laat het geheel een nachtje weken.

En voilà: je hebt een toneelstuk van ongeveer een uur, in zes episodes, met een begin, midden en eind. Wat het voor mij extra leuk maakte, is dat het om een internationale conferentie gaat. Het stuk moest dus in het Engels. En ik mag dan Engels gestudeerd hebben, bijles geven, af en toe teksten van en naar het vertalen, ik had nog niet eerder Engels voor toneel geschreven. Het bleek me gemakkelijker af te gaan dan ik dacht. Sterker nog, de tekst leek zichzelf te schrijven.

toneel voor bedrijven

Nu is het toneelstuk klaar, de repetities zijn in volle gang en over twee weken staan er vijf min of meer vrijwillige  uitverkorenen van het bedrijf in dit vlakke vloer theater te schitteren. En dat dat indruk gaat maken, is wel zeker.

Wil jij dit ook? Laat maar horen!

Doorgeschoten

Je hebt gelijk, hoor, Alice. Een kind heeft zeker recht op privacy. Ik probeer Magister zoveel mogelijk links te laten liggen en heb net mijn kinderen uit de Microsoft Family gegooid. Ik hoef het niet allemaal te weten. Al zou ik zo graag op dit moment even bij alle drie om het hoekje kijken.

Werkweek

De oudste is al anderhalve week weg met school. Een combinatie van culturele en sportieve activiteiten. Bij ons heette dat een werkweek en gingen we naar de Assumburg in Heemskerk. Een dagtocht naar het grote Amsterdam was heel avontuurlijk! Maar tegenwoordig gaan ze gewoon twee weken naar Italië. Een fantastische ervaring, natuurlijk. Maar ook daarbij zijn we wel een beetje doorgeschoten, vind ik. Ik ben op zulke momenten altijd blij dat wij niet elk dubbeltje hoeven om te draaien, want al die leuke uitstapjes kosten kapitalen. En ook grappig: de sportieve dingen die hij daar gaat doen, zou ik voor geen goud durven. Canyoning of rafting, bijvoorbeeld. Doe mij dan maar een bezoek aan Verona, maar daar heeft hij natuurlijk weer geen boodschap aan.

Meevallen

Koud terug van onze heerlijke meivakantie ben ik alweer met de zomervakantie bezig. Vroeger gingen we gewoon met de tent en wisten we vooraf nog niet hoe en wat, maar dit jaar staat alles al vast. We gaan in ieder geval een driedaagse berghuttentocht doen in Tsjechië, ons favoriete vakantieland. Ik ben geen held, heb nogal hoogtevrees en heb dus in mijn bed, tijdens die eeuwigdurende minuten voor je in slaap valt, al talloze malen bovenaan een afgrond gestaan. Als ik het al zo vaak beleefd heb, dan kan het alleen maar meevallen, toch? Dat is wel een tic van mij: bereid je voor op het ergste, dan valt het altijd mee. Herken je die eigenschap? Of ga jij helemaal op in de voorpret?

Oud

En om terug te komen op die werkweek. Wat was dat lekker, om even helemaal los te zijn van thuis. Ik heb er nooit zo over nagedacht wat mijn ouders vonden van de streken die ik uithaalde als tiener. Pas als je eigen kinderen de leeftijd krijgen waarop je zelf ging stappen, word je je ervan bewust dat zij daarmee moesten dealen. En moet je zelf ineens standpunten innemen. Dan voel je je opeens wel heel erg oud en verantwoordelijk. Hoogste tijd om weer eens uit de band te springen!

Naschrift: Oudste is veilig thuis. En wat vond hij nu het leukste in het verre Italië? Een voetbaltoernooi :-). 

Dat doe je toch niet?!

Mis ik Facebook erg, vraag je me in jouw vorige blog. Nee, eigenlijk niet. En ik heb ook geen afkickverschijnselen gehad. Ik ben wel wat meer gaan Twitteren, maar ik ben lang niet zoveel op sociale media als ik met Facebook was. Eerlijk toegeven, ik heb niet mijn account helemaal verwijderd (dat vond ik toch iets te rigoureus), maar gedeactiveerd. En ik heb wel al twee keer stiekem ingelogd om te kijken of ik iets miste. Prompt kreeg ik van jou een whatsapp, want mijn aanwezigheid was gespot, zonder dat ik iets had aangeklikt. Dat was voor mij wel weer een trigger om er echt mee te stoppen. Bedankt!

Promotor

Ik hoopte dat anderen me zouden missen. Ik was namelijk ook altijd wel heel actief voor anderen in de weer: liken, doorsturen, commentaren geven. Zo’n type ben ik dan weer. De afgelopen jaren heb ik menig evenement gepromoot. Maar nee, ik heb geen snikkende ‘vrienden’ aan mijn digitale deur gehad. Mocht ik later weer een schrijfcafé of ander evenement organiseren, dan zal ik me wel weer melden, want Facebook is wel fijn voor zulke promotie, maar tot die tijd hou ik me stil.

Neurotisch

Ik zit middenin de inpakstress. Ik ben dol op vakantie, wil altijd alweer weg als de auto net weer voor de deur staat, maar zo’n twee dagen voor vertrek slaat nog steeds de paniek toe. Wat moet er mee, wat moet ik nog regelen, hoe hou ik het vol al die uren in de auto en is het niet veel rustiger om gewoon lekker thuis te blijven? Ach, ik weet het en accepteer dit neurotische randje maar gewoon. Helemaal perfect is ook zo akelig, toch? Dat zijn types die ik niet op mijn feestje wil hebben.

Rotzooi

Vervelend, hoor, zo’n type dat tussen je spullen zit te graaien. Een zonder smaak, als ie jouw cd’s en ‘Slapen doen we morgen weer’ gewoon laat liggen. Ik ben een sociaal type, dat altijd probeert te snappen waarom mensen iets doen. Er moet toch een reden zijn? Inbreken en stelen bijvoorbeeld, maar ook zomaar je rotzooi achter je kont laten vallen. Dat zijn dingen die je niet doet. Op te hard rijden zul je me niet snel betrappen. En door rood ga ik alleen als ik echt al uren met de fiets voor een verlaten weg sta te wachten. Spijbelen, dat durfde ik ook nooit zo goed. Mijn zoon blijkt daar anders over te denken. We kregen een mail van school over zijn ongeoorloofde verzuim. Tijd voor een goed gesprek met hem.

Jij lijkt me wel een type voor zulke burgerlijke ongehoorzaamheid. Heb jij vroeger veel gespijbeld?

Stevige, maar flexibele basis

Ach jee, Alice, heb ik je zwaar beledigd in mijn vorige blogbericht? Misschien is liegen ook iets te zwaar uitgedrukt en komt verzwijgen dichter in de buurt bij wat ik bedoel. Of is dat toch een eufemisme?

Degelijk

Je vraagt me hoe het met mijn basis is. Die is niet veel anders dan die van jou. Het is dit jaar 30 jaar geleden dat Nederland Europees kampioen voetbal werd, maar ook dat ik verkering kreeg met mijn echtgenoot. Dertig jaar samen, dat kun je inderdaad trouw of degelijk noemen. Een verzachtende omstandigheid: in die periode ben ik wel vijf keer verhuisd, waaronder naar Leiden en Norwich, maar de meeste tijd waren we wel in, wat vroeger de Gemeente Schipluiden was, te vinden. Op ons laatste adres wonen we alweer zestien jaar.

Sh’bam

Tien jaar lang werkte ik bij dezelfde baas, nadat ik eerst allerlei baantjes had gehad via uitzendbureaus. Want eigenlijk ben ik als de dood om mezelf vast te leggen. Er was heel wat voor nodig om me een vast contract te laten tekenen. Maar vervolgens had ik de grootste moeite om die vaste stek weer te verlaten. Ik ga al jaren op dezelfde ochtend met dezelfde vriendin sporten, al veranderde de les voortdurend en gingen we zo van zumba via sh’bam en bootcamp naar ‘High Intensity Training’. Die afwisseling (en een vriendin die erg van vaste structuren houdt) zorgt ervoor dat ik nog steeds naar dezelfde sportschool ga.

Weggooien

Ik ben niet merkvast, probeer graag nieuwe dingen. Misschien is dit ook wel een reden waarom ik Facebook helemaal de rug toe heb gekeerd. Ik raak op dingen uitgekeken en hou ervan om heilige huisjes en overtuigingen omver te schoppen. Soms gooi ik te rigoureus dingen weg. Ik wilde gisteren mijn bed opmaken, maar bleek geen hoeslaken meer in huis te hebben. En bedankt, Marie Kondo! Nu kan ik gelukkig weer iets nieuws kopen.

Ik las in een ander blog van jou dat je een challenge wilt aangaan om elke dag weer een dingetje meer weg te gooien. Hou je dat een beetje vol?

Bakker van Winden is een ouderwetse briefwisseling tussen José van Winden en Alice Bakker, maar dan in een modern digitaal jasje. De penvriendinnen laten met liefde iedereen meegenieten van hun wel en wee. Ze schrijven over het schrijven en het ondernemen. Bakker van Winden snijdt ze dik en bakt ze bruin!

 

Liegen dat het gedrukt staat

In een vorig blog somde je een aantal karaktereigenschappen op van schrijvers. Weet je wat schrijvers ook zijn: leugenaars. Misschien dat ik me daarom vaak zo thuis voel op Facebook. Ik kan daar zo lekker de schijn ophouden zonder dat ik uit de toon val. Net als al mijn ‘vrienden’ doe ik alsof het allemaal geweldig goed gaat. Alsof ik ondanks mijn rouw gewoon doorga. Oh, wacht even. Dat doe ik ook.

De trekkerstrook

Als ik iets gemerkt heb de afgelopen maanden, waarin ik zowel mijn schoonmoeder als mijn zus verloor, is het dat de wereld gewoon doordraait. Je kunt hard op de rem trappen en even parkeren op de vluchtstrook, maar links en rechts raast het verkeer voorbij. Maar er is, om deze analogie aan te houden, ook een strook voor langzaam verkeer. Lees verder Liegen dat het gedrukt staat